De
ss Rotterdam
van 1959 (aangeduid met het Romeinse cijfer V omdat het het vijfde
schip was van de Holland-Amerika Lijn met die naam) is één van de
bekendste naoorlogse Nederlandse passagiersschepen. Het maakte tussen
1959 en eind 2000 het laatste decennium mee van de trans-Atlantische
lijnvaart en was daarna een succesvol cruiseschip.
Sinds 4 augustus 2008 ligt het schip voor enkele jaren aan het Derde
Katendrechtse Hoofd in de Maashaven in Rotterdam als toekomstig
drijvend multifunctioneel centrum.
De
Rotterdam was oorspronkelijk ontworpen als 'running mate' voor de populaire
Nieuw Amsterdam (II)
van 1938, maar de werkzaamheden werden als gevolg van het uitbreken van
de Tweede Wereldoorlog stopgezet. Toen de economische omstandigheden
zodanig waren verbeterd dat men begin 1954 opnieuw over de bouw van het
schip ging nadenken, was het al duidelijk dat aan de tijd van het
trans-Atlantische passagiersschip een eind zou komen.
De ontwerpers hadden dat in het achterhoofd toen ze een zeer
vernieuwend schip ontwierpen, een schip met twee klassen, horizontaal
gescheiden met verwijderbare wanden en een uniek dubbel trappenhuis dat
een eenvoudige ombouw naar een één-klasse cruiseschip mogelijk maakte.
De machine-installatie werd op driekwart van achteren geplaatst en in
plaats van schoorstenen kreeg het schip twee moderne rookkanalen. Om
het schip toch een gestroomlijnd profiel te geven werd een groot
dekhuis geplaatst bovenop de opbouw midscheeps waar normaal de
schoorsteen zou staan. Hiermee werd het een voor die tijd
controversieel schip, maar dit profiel zou later baanbrekend blijken te
zijn en diverse onderdelen van het ontwerp zijn in latere cruiseschepen
terug te vinden.
Op 27 oktober 1955 bestelde de Holland-Amerika Lijn (HAL) het schip bij
de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij NV (RDM) in Rotterdam.
Op 14 december 1956 werd onder bouwnummer 300 de kiel van het schip
gelegd. De doop en tewaterlating op 13 september 1958 door koningin
Juliana was een enorme publiekstrekker, die door tienduizenden
belangstellenden aan beide oevers van de rivier werd bekeken en met
camera's vastgelegd.
Op 11 juli 1959 vond de eerste proefvaart plaats, van 1 tot en met 6
augustus werden de technische proefvaarten gehouden en op 20 augustus
1959 droeg de werf het schip tijdens de officiële proefvaart, wederom
in aanwezigheid van koningin Juliana, aan de HAL over.
In de eerste tien jaar zette de HAL de
Rotterdam
van april tot en met december voornamelijk in op de trans-Atlantische
route Rotterdam-New York, buiten het seizoen voerde het schip cruises
uit. Zo vertrok het schip op 3 september 1959 vanuit Rotterdam voor
haar maidentrip naar New York.
Op deze route werden meestal Le Havre en Southampton aangedaan. Het
schip maakte in dit eerste seizoen maar vier overtochten, want op 11
december begon ze aan haar eerste cruise, een 49-daagse reis van 14.878
zeemijlen langs zestien havens in Midden- en Zuid-Amerika, gevolgd door
een 75-daagse vier-continenten-cruise. In april 1960 hervatte het weer
de trans-Atlantische dienst. Dit patroon zou zich in de daarop volgende
jaren herhalen.
In 1961 (februari - april) en in 1962 (februari- april) maakte de
s.s. Rotterdam een cruise rondom de wereld. De reclame-slogan was 'around the world in eighty days'.
De reis was geheel volgeboekt met (vooral) rijke Amerikanen. De reis
ging van New York de Atlantische Oceaan over, de Middellandse Zee en
het Suez kanaal door naar India. Vervolgens werden Taiwan, Hongkong en
Yokohama aangedaan. Hierna volgde de grote oversteek naar Hawaï,
vervolgens ging het via Californië en Mexico door het Panama kanaal
weer terug naar New York.
Inmiddels had het vliegverkeer de trans-Atlantische passagierslijnvaart
geheel verdrongen. In 1968 kondigde de HAL daarom aan dat het de 'grote
drie' in zijn vloot, de
Nieuw Amsterdam (II),
Statendam (IV) en
Rotterdam (V), min of meer uitsluitend op de cruisevaart zou gaan inzetten en hiervoor zou ombouwen.
De
Rotterdam keerde op 3 oktober 1968 terug in Rotterdam van haar laatste trans-Atlantische reis en ging naar de RDM voor de verbouwing.
Na een twee maanden durende verbouwing bij de RDM waarbij het schip
werd ingericht tot fulltime cruiseschip, vertrok het op 9 december 1968
weer uit de Maasstad. Er ontstond een min of meer regelmatig patroon
van wintercruises in het Caraïbisch gebied en zomerreizen in Alaska.
De maanden januari tot en met april waren gereserveerd voor de traditionele wereldcruise, die de
Rotterdam al in 1961 van de
Statendam
had overgenomen. De circa tachtig dagen durende rond-de-wereld-cruise
van de HAL werd een begrip en een steeds groter aantal, vooral
Amerikaanse passagiers bouwde hierdoor een langdurige, min of meer
vaste relatie met het schip op. Door de vooral op de Amerikaanse markt
gerichte cruisevaart en de toenemende efficiency bij de HAL werd de
band met Nederland en de thuishaven Rotterdam steeds losser. In de
eerste drie jaar na ombouw kwam de
Rotterdam
nog speciaal vanuit Noord-Amerika voor de jaarlijkse dokbeurt naar
Rotterdam, waaraan de rederij handig twee trans-Atlantische overtochten
koppelde. Maar ook dat kon goedkoper, en vanaf 1972 vond het onderhoud
bij scheepswerven in Amerika plaats.
Daarmee was de relatie met Rotterdam doorbroken, en na een laatste
dokbeurt in Rotterdam vertrok het schip op 6 oktober 1971 uit haar
thuishaven. Het zou 27 jaar duren voordat het schip, onder een andere
naam, de Rotterdamse haven weer zou aandoen. Ook andere zaken
veranderden.
Nadat al eerder een modern gestileerd logo het oude HAL-beeldmerk van
de middenopbouw had verdrongen, volgden in de jaren daarna andere
aanpassingen die het schip minder vertrouwd maakten: in april 1973 werd
het onder de goedkopere vlag van de Nederlandse Antillen gebracht en
kreeg het Willemstad als thuishaven achterop het schip geschilderd,
tegelijk veranderde de eigenaar zijn naam in Holland America Cruises en
in oktober 1973 werd de grijze romp blauw geschilderd. Met de opkomst
van steeds modernere en grotere cruiseschepen, ook voor de lagere
marktsegmenten, en het verdwijnen van oudere tonnage bij andere
rederijen, transformeerde het onder de bijnaam 'Grand Dame' langzaam
tot een icoon van een voorbije tijd.
Een bepaalde groep vooral kapitaalkrachtige passagiers vond dit aantrekkelijk en koos juist daarom voor een cruise op de
Rotterdam.
Het schip bleef daarom een belangrijke inkomstenbron voor de
maatschappij. Ook Holland America Cruises zag in dat niet iedere
modernisering een verbetering was en dat teruggrijpen op het
Nederlandse verleden onder de vooral Amerikaanse clientèle goed kon
uitpakken. Vanaf 1986 noemde de rederij zich weer Holland America Line
en introduceerde het een nieuw logo waarin het oude beeldmerk was
verwerkt.
In 1989 werd de divisie toerisme van de HAL verkocht aan Carnival
Cruise Lines in Miami, maar onder eigen naam voortgezet. Ook Carnival
maakte graag goede sier met de Nederlandse, degelijke reputatie van de
HAL en de bijzondere plaats die de
Rotterdam
inmiddels in de cruisewereld had ingenomen. Dat bleek uit de
investering die Carnival deed toen het schip in september 1989 een
grootscheepse renovatie onderging bij Northwest Marine Ironworks in
Portland (Oregon).
Toch moest in de jaren negentig ook de
Rotterdam
voldoen aan steeds verder opgeschroefde veiligheidseisen, waarvoor
nieuwe aanpassingen aan het schip noodzakelijk waren. Uiteindelijk leek
de rederij dit niet meer rendabel. Tot treurnis van een grote schare
vaste cruisegangers kondigde de HAL daarom in 1997 aan dat het schip
uit de vaart zou worden genomen en dat een vervanger was besteld, die
als
Rotterdam (VI) in de vaart zou komen.
Met een 'gala finale cruise' beëindigde de
Rotterdam
op 30 september 1997 in Fort Lauderdale haar laatste cruiseseizoen. Het
schip werd op 3 oktober 1997 in Norfolk (Virginia) overgenomen door de
Amerikaanse cruisemaatschappij Premier Cruises, een maatschappij die
een markt zag in de exploitatie van oudere, van stoomturbines
voorziene, tweedehands schepen. Deze bracht het schip onder de vlag van
de Bahama's (thuishaven Nassau) en herdoopte het in
Rembrandt,
om op die manier de Nederlandse identiteit en vaste klanten te
behouden. Het werd in Norfolk en Freeport (Bahama's) aangepast aan de
nieuwe veiligheidseisen en maakte vanaf 8 december 1997 haar eerste
cruise vanuit Brazilië. In mei 1998 werd het vaargebied verlegd naar
Europa, waar het programma op 26 oktober 1998 eindigde in Rotterdam, de
oude thuishaven, na 27 jaar afwezigheid.
Het schip bleef onder veel belangstelling twee nachten over aan de
vertrouwde Wilhelminakade, voordat het een klassieke koers inzette: een
trans-Atlantische overtocht via Southampton naar New York. Premier
Cruises kwam in 2000 onverwacht in financiële problemen en op 14
september werd de
Rembrandt
tijdens een cruise in Halifax (Nova Scotia) op verzoek van een
Amerikaanse investeringsbank aan de ketting gelegd. Nadat de passagiers
het schip hadden verlaten werd het op 21 september opgelegd in
Freeport, Bahama's.
Inmiddels was in mei 2001 de Stichting Behoud Stoomschip Rotterdam
opgericht die zich inzette voor het behoud van het schip als maritiem
erfgoed. Het doel van de stichting was het schip weer in Rotterdam af
te meren als statische attractie met een nieuwe functie. Na talloze
geruchten en problemen deed de investeringsbank het schip op 1 mei 2003
over aan RDM BV, een vennootschap van bedrijvendokter Joep van den
Nieuwenhuyzen, die het schip onderbracht in een afzonderlijke
vennootschap: ss Rotterdam BV.
Het benodigde bedrag, de schrootwaarde van vijf miljoen euro, werd
voorgefinancierd door het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam (GHR).
Doel was het schip om te bouwen tot drijvend hotel, restaurant,
congrescentrum en casino in Rotterdam. Na drie jaar en negen maanden
stilgelegen te hebben, vertrok de
Rotterdam op
17 juni 2004 aan de tros van een sleepboot uit Freeport naar Gibraltar,
waar het op 12 juli 2004 werd afgemeerd. Hier werden de eerste
voorbereidende werkzaamheden voor de renovatie uitgevoerd: het
inventariseren van de verschillende asbesttoepassingen.
In augustus stonden de oude naam en thuishaven al weer op het schip.
Intussen was het ss Rotterdam BV onderdeel geworden van financiële
verwikkelingen tussen de diverse BV's van Joep van den Nieuwenhuijzen
en het GHR, hetgeen tot het aftreden van directeur Willem Scholten
leidde. Korte tijd was het GHR eigenaar van de
Rotterdam,
totdat op 30 juni 2005 het schip werd verkocht aan een nieuwe eigenaar,
De Rotterdam BV, opgericht door Woningcorporatie Woonbron en
investeringsmaatschappij Eurobalance BV (welke zich later terugtrok),
in samenwerking met Woondrechtconsult (onderdeel van Woonbron) en het
Albeda College en Hogeschool in Holland. De achtergronden van de nieuwe
eigenaars worden weerspiegeld in de nieuwe doelstelling: een
congrescentrum, hotel, restaurant en opleidingscentrum, permanent
afgemeerd aan een door de gemeente beschikbaar gestelde kade aan het
Derde Katendrechtse Hoofd in het Rivierkwartier in de wijk Katendrecht
in Rotterdam. Op 24 en 25 november 2005 werd de
Rotterdam
van Gibraltar versleept naar Cádiz, waar het in een droogdok werd gezet
om geheel opnieuw geschilderd te worden in de originele kleuren.
Inmiddels was voor de uiteindelijke verbouwing een scheepswerf in
Gdansk uitgekozen.
Opnieuw maakte een sleepboot vast en vertrok het sleeptransport op 10 februari 2006 uit Cádiz. Tijdens de reis passeerde de
Rotterdam
op 19 februari de Nederlandse kust, een moment dat door een
luchtfotograaf werd vastgelegd. Op 27 februari meerde het schip af aan
een pier in Gdansk. In Gdansk ontstonden problemen door zakken met
asbesthoudende materialen die zich nog aan boord bevonden, wat volgens
de Poolse autoriteiten verboden was. Langdurige bureaucratische
verwikkelingen, waarbij aan boord nestelende beschermde zwaluwen ook
nog een rol speelden, hielden de geplande werkzaamheden aan het schip
sindsdien tegen. Uiteindelijk besloten de Poolse autoriteiten dat de
Rotterdam
moest vertrekken. Op 25 augustus 2006 vertrok het schip achter een
sleepboot uit de haven van Gdansk en op 2 september kwam het aan in
Wilhelmshaven. Daar werd het asbest-afval verwijderd en werd het schip
grondig gerenoveerd en gereedgemaakt voor zijn nieuwe functies in
Rotterdam. Op 2 augustus 2008 vertrok de
Rotterdam
uit Wilhelmshaven achter twee sleepboten naar Rotterdam. Daar werd het
schip op 4 augustus onder grote belangstelling binnengesleept en
afgemeerd aan het Derde Katendrechtse Hoofd.
Vanaf februari 2007 is reeds aan de Brede Hilledijk 99 een
informatiecentrum geopend waar men terecht kan voor een
fototentoonstelling en informatie over toekomstige en geplande
evenementen. Het is niet duidelijk voor hoelang de
Rotterdam op deze plaats afgemeerd zal blijven. Het bestemmingsplan voor Katendrecht meldt dat de
Rotterdam
tot 2015 zal worden afgemeerd. Tegelijkertijd wordt gemeld dat na 10-15
jaar de boot zal vertrekken, waarna deze locatie wordt ontwikkeld tot
woongebied.
Bron: VPRO / Geschiedenis
= = = = =
Due to many unforeseen reasons, the opening is delayed till an unknown date in the near future.
= = = = =
Photos copyright © Leon Beesemer, 31 May 2009.
= = = = =
The s.s. Rotterdam will be open to the public on 27 July 2009
= = = = =
Photos copyright © Leon Beesemer, 1 February 2009.
= = = = =
Photos copyright © Leon Beesemer, 30 January 2009
= = = = =
Photos copyright © Leon Beesemer, 25 January 2009.
= = = = =